Citaat | Hoge Raad 20 juni 2014
Onder 2.6.1. Hoge Raad 20 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1464.
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wfsv en de nota van toelichting bij het Besluit Wfsv valt niet af te leiden met welk doel de eis van een schriftelijke overeenkomst in artikel 2.3, lid 2, van het Besluit Wfsv is opgenomen. In het belang van de werkgever zal deze beperkende voorwaarde niet zijn gesteld, aangezien een werkgever er belang bij zal hebben om het lage sectorpremiepercentage in zo veel mogelijk gevallen te kunnen toepassen. Het ligt in de rede dat de eis van een schriftelijke overeenkomst is gesteld opdat de Belastingdienst bij de beoordeling van het toepasselijke premiepercentage niet wordt geconfronteerd met uitvoeringsproblemen ten gevolge van discussies achteraf over het (eventuele) bestaan van een mondelinge overeenkomst en over de inhoud daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8634b20199ed8adb1000c2e9cda31888b79da023cd4c2fa8fb2e813f40066e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8634b20199ed8adb1000c2e9cda31888b79da023cd4c2fa8fb2e813f40066e58, en de alinea staat in dat document op bytes 13118 tot 13920.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8634b20199ed8adb1000c2e9cda31888b79da023cd4c2fa8fb2e813f40066e58 | shasum -a 256