Citaat | Hoge Raad 24 januari 2014

Onder 5.3.2 Hoge Raad 24 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:149.

Iedere onderneming heeft in beginsel het recht haar eigen handelspartners te kiezen en over haar eigendom te beschikken (vgl. GvEA 17 september 2007, T 201/04, ECLI:NL:XX:2004:BE2198 (Microsoft), punt 319; CBb 3 december 2009, ECLI:NL:CBB:2009:BK6514, rov. 7.4.1). Heeft een onderneming evenwel een economische machtspositie, dan mag van die positie geen misbruik worden gemaakt. Op een dergelijke onderneming komt een bijzondere verantwoordelijkheid te rusten om geen inbreuk te maken op de daadwerkelijke en onvervalste mededinging (zie bijvoorbeeld HvJEU 9 november 1983, 322/81, ECLI:NL:XX:1983:BF5823 (Michelin), punt 57; HvJEU 2 april 2009, C‑202/07 P, ECLI:NL:XX:2009:BI0827 (France Télécom), punt 105; HvJEU 6 december 2012, C-457/10 P, ECLI:NL:XX:2012:BY6475 (AstraZeneca), punt 134). Het verbod op misbruik van economische machtspositie, zoals neergelegd in art. 102 VWEU en art. 24 Mw, is niet uitsluitend en ook niet in de eerste plaats bedoeld om de belangen van individuele concurrenten of consumenten te beschermen, maar om de structuur van de markt en daarmee de mededinging als zodanig veilig te stellen, die juist door de aanwezigheid van de dominante onderneming op de markt reeds is verzwakt (zie HvJEU 13 februari 1979, 85/76, ECLI:NL:XX:1979:AC2868 (Hoffmann-la Roche), punt 51; HvJEU 9 november 1983, 322/81, ECLI:NL:XX:1983:BF5823 (Michelin I), punt 70).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c30bb8e750c6dae21cca919c2d0b9afbfc20d23ed51333d9e0d1797d8ef8dc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c30bb8e750c6dae21cca919c2d0b9afbfc20d23ed51333d9e0d1797d8ef8dc8, en de alinea staat in dat document op bytes 30898 tot 32307.