Citaat | Hoge Raad 24 januari 2014

Onder 5.3.3 Hoge Raad 24 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:149.

De bijzondere verantwoordelijkheid die voortvloeit uit het hebben van een economische machtspositie kan meebrengen dat het een onderneming niet vrijstaat levering van goederen of diensten dan wel het aangaan van een verplichting hiertoe, te weigeren. Een dergelijke leveringsweigering vormt blijkens de rechtspraak van het HvJEU misbruik in de zin van art. 102 VWEU indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo is vereist dat de desbetreffende goederen of diensten onontbeerlijk zijn voor de werkzaamheden van de onderneming die om de levering ervan heeft verzocht en dat er geen reëel of potentieel alternatief voor die goederen of diensten is. Voorts is onder meer vereist dat de leveringsweigering de uitschakeling van de mededinging op de betrokken markt dan wel – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – van de onderneming die om de levering van goederen of diensten heeft verzocht tot gevolg kan hebben, zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat (zie bijvoorbeeld HvJEU 6 maart 1974, 6/73-7/73 (Commercial Solvents), punt 25; HvJEU 3 oktober 1985, 311/84, ECLI:NL:XX:1985:BF2929 (CBEM), punt 27; HvJEU van 26 november 1998, C-7/97, ECLI:NL:XX:1998:AD2972, NJ 1999/523 (Bronner), punt 41; HvJEU 16 september 2008, C-468/06-C-478/06, ECLI:NL:XX:2008:BG1931 (Sot. Lélos kai Sia), punt 34).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c30bb8e750c6dae21cca919c2d0b9afbfc20d23ed51333d9e0d1797d8ef8dc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c30bb8e750c6dae21cca919c2d0b9afbfc20d23ed51333d9e0d1797d8ef8dc8, en de alinea staat in dat document op bytes 32398 tot 33733.