Citaat | Hoge Raad 27 juni 2014
Onder 2.4.1. Hoge Raad 27 juni 2014
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1528.
Het verwijzingshof dient de vraag te beantwoorden of sprake was van een fout die voor belanghebbende redelijkerwijs kenbaar was. Met het oog daarop is het volgende van belang. Voor het Hof heeft belanghebbende – zakelijk weergegeven – betoogd dat, gelet op de gang van zaken voorafgaande aan het opleggen van de primitieve aanslagen, voor haar niet kenbaar was dat die aanslagen tot een te laag bedrag waren vastgesteld, aangezien zij ervan mocht uitgaan dat die juist waren. Van kenbare onjuistheid is geen sprake in gevallen waarin de belastingplichtige in redelijkheid kon menen dat de aanslag, hoewel tot een te laag bedrag, niettemin op goede gronden is vastgesteld (zie de memorie van toelichting, vermeld in onderdeel 4.2 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). Voor zover een aanslag aldus tot een te laag bedrag is vastgesteld, mag de te weinig geheven belasting ook niet worden nagevorderd met toepassing van de 30%-regel uit artikel 16, lid 2, letter c, AWR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfbc49dce47717872cd4261ea361f9a8af8ae2688d5f0a61adf95c977a2b814d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfbc49dce47717872cd4261ea361f9a8af8ae2688d5f0a61adf95c977a2b814d, en de alinea staat in dat document op bytes 17735 tot 18726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfbc49dce47717872cd4261ea361f9a8af8ae2688d5f0a61adf95c977a2b814d | shasum -a 256