Citaat | Hoge Raad 24 januari 2014

Onder 3.2.5 Hoge Raad 24 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:153.

Ten aanzien van de omvang van de schadeplichtigheid van Sansto en [eiser 2] heeft het hof geoordeeld dat met name van belang is of zij zich met recht hebben beroepen op verrekening van de tegenvordering die Sansto stelt te ontlenen aan de managementovereenkomst van 10 maart 2006 met de hiervoor in 3.1 onder (viii) bedoelde vordering van Magista op Sansto uit geldlening (rov. 14). Het heeft voorts geoordeeld dat de bevoegdheid van de curator deze managementovereenkomst te vernietigen op grond van de actio pauliana, is verjaard (rov. 43). De stelling van de curator dat de betaling door Magista aan Sansto van de managementvergoedingen in maart en april 2007 ten opzichte van de overige schuldeisers onrechtmatig was, is niet (voldoende) onderbouwd (rov. 45). Voorts was het Sansto toegestaan met Magista een beëindigingsvergoeding overeen te komen bij opzegging van de overeenkomst, en de desbetreffende vordering op Magista te verrekenen met de vorderingen van Magista op haar (rov. 55).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/183ac816daa24b2bb25887072ab51920d1f1d75f69afeb62724390276a39e2e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 183ac816daa24b2bb25887072ab51920d1f1d75f69afeb62724390276a39e2e1, en de alinea staat in dat document op bytes 24102 tot 25109.