Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1561.

Ik zei tegen mijn man dat ik duizelig was. Ik vroeg hem of ik mocht gaan zitten en ik zag en voelde dat mijn man van mij af ging. Ik ben toen gaan staan en ik voelde dat ik daadwerkelijk duizelig werd. Ik heb mijn man gevraagd of hij het goed vond dat ik 1-1-2 belde. Ondertussen liep ik naar de gang van de woning. Het lukte me echter niet om de telefoon te bedienen. Ik voelde dat mijn vingers door het vele bloed zo glad waren dat ik de juiste toetsten niet kon indrukken. Ik gaf daarop de telefoon aan mijn man en vroeg hem zelf 1-1-2 te bellen. Ik heb van dat moment gebruik gemaakt om naar de voordeur van de woning te gaan. Ik ben de woning uitgevlucht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e, en de alinea staat in dat document op bytes 8636 tot 9309.