Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 juli 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1561.
Het lukte me om overeind te komen. Ik ben toen op een knie richting kast gestruikeld en daarbij werd ik door [verdachte] nog steeds vastgehouden. Omdat ik niet veel verder kwam heb ik heel bewust spullen die op de kast stonden naar de grond toe gezwaaid. Wij hebben een tegelvloer dus ik hoopte dat de buren misschien iets zouden horen. Hierna voelde ik dat [verdachte] mij weer stevig vastpakte. Ik kan momenteel niet zeggen waar hij mij vasthad, maar hij had mij krachtig vast en gooide mij tussen de stoffen bank en de salontafel op de grond. Ik voelde dat [verdachte] weer op mij ging zitten maar dat lukte hem niet zo goed. Ik heb toen nog geprobeerd om [verdachte] in zijn kruis te pakken maar dat lukte mij niet. Het lukte mij wel om met mijn rechterhand in zijn bovenbeen te knijpen. Het lukte me om op de rug te gaan liggen. Ik zag [verdachte] schrijlings op me zitten. Ik zag dat links naast mij een hamer op de grond lag en zag dat [verdachte] zijn rechtshand bovenop de hamer geplaatst had. Ik heb toen mijn linkerhand boven de hand van [verdachte] geplaatst op de steel zodat ook ik de hamer kon vasthouden voor het geval hij mij daarmee zou willen slaan. Ik zag dat overal op die hamer bloed zat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e, en de alinea staat in dat document op bytes 12159 tot 13383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e | shasum -a 256