Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1561.

Op 22 maart 2011 was ik samen met mijn collega [verbalisant 2] belast met surveillance. Wij kregen het verzoek te gaan naar [a-straat 1] te Roermond. Wij zijn meteen ter plaatse gegaan. Ik ben uitgestapt en zag ter hoogte van perceel [1] een man op het trottoir staan. Ik zag dat de kledingstukken van deze man van boven tot onder geheel onder het bloed zaten. Toen ik op ongeveer twee meter afstand van de man was hoorde ik dat de man spontaan begon te vertellen en zei: "Ik heb jullie zelf gebeld." Ik heb hem toen meteen meegedeeld dat hij verdachte was en niet tot antwoorden verplicht was. Ik hoorde dat hij vervolgens verder ging met vertellen en zei: "Ik heb mijn vrouw met een hamer geslagen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e, en de alinea staat in dat document op bytes 17636 tot 18350.