Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 1 juli 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1561.
Het hof volgt de verdediging niet in dat standpunt. Van belang is het moment waarop verdachte in de hal de hamer uit het mandje heeft gepakt en heeft besloten zijn toenmalige echtgenote daarmee op het hoofd te slaan. Het hof merkt hierbij op dat de verdediging geen enkel ander aannemelijk doel heeft aangevoerd waarom hij de hamer vanuit de hal heeft meegenomen naar de woonkamer. Evenals de rechtbank, houdt het hof het er dan ook voor dat verdachte reeds in de hal het besluit heeft genomen [betrokkene] met de hamer op het hoofd te gaan slaan en haar van het leven te beroven. De omstandigheid dat de hamer reeds enige tijd in de hal lag om opgeborgen te worden doet daaraan niet af. Voorts overweegt het hof dat verdachte, na het in de hal genomen besluit, met de hamer in zijn hand de woonkamer is ingelopen en een afstand van acht à negen meter heeft overbrugd naar de bank waarop [betrokkene] was gezeten. Aldaar heeft verdachte uitvoering gegeven aan zijn besluit en heeft hij daartoe tot drie keer toe met de hamer op het hoofd van [betrokkene] geslagen, waarna hij is overgegaan tot verwurging één en ander als hiervoor omschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e, en de alinea staat in dat document op bytes 23870 tot 25028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a8d67f8169593d9c650bf115115cc5939e731b3415a62185820c290ca39ac2e | shasum -a 256