Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 3.5.2. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1562.

De onderhavige inzet van de IMSI-catcher is als zodanig niet in een daarop toegesneden wettelijke bepaling geregeld. Voor een niet specifiek in de wet geregelde wijze van opsporing als in deze zaak aan de orde moet worden aangenomen dat de opsporingsambtenaren op grond van art. 2 (oud) Politiewet 1993 (thans art. 3 Politiewet 2012) en art. 141 en 142 Sv, zoals in de rechtspraak van de Hoge Raad uitgelegd, alleen bevoegd zijn haar in te zetten op een wijze die een beperkte inbreuk maakt op grondrechten van burgers en die niet zeer risicovol is voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing. In het bijzonder kan de toepassing van deze opsporingsmethode jegens de gebruiker van de GSM-telefoon onrechtmatig zijn indien zij in verband met de duur, intensiteit en frequentie ervan geschikt is om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050c8d6f88f529bf26ed64b6c8f982034920457323040ad8100e7e74c713875a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050c8d6f88f529bf26ed64b6c8f982034920457323040ad8100e7e74c713875a, en de alinea staat in dat document op bytes 18845 tot 19778.