Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1564.

Op 17 mei 2010, omstreeks 6.10 uur waren wij belast met de melding van een man en een vrouw, welke ruzie zouden hebben in het Flevoziekenhuis, gelegen aan de Hospitaaldreef 1 te Almere. Bij aankomst zagen wij de man, naar later bleek verdachte [verdachte]. Ik, verbalisant [verbalisant 1], sprak [verdachte] aan. Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde [verdachte] zeggen: 'Luister pikkie, ik wil naar buiten om te roken.' Terwijl [verdachte] dit riep liep er divers ziekenhuispersoneel langs. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag aan de reacties dat deze mensen hoorden dat de man mij 'pikkie' noemde. Ik, verbalisant [verbalisant 1], sprak [verdachte] op zijn taalgebruik aan en zei dat ik niet wenste te worden aangesproken met 'pikkie'. Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde dat [verdachte] mij wederom 'pikkie' noemde. Hij noemde mij ten overstaan van het ziekenhuispersoneel: 'pikkie'. Ik, verbalisant [verbalisant 1], voelde mij in mijn hoedanigheid als politieambtenaar, beledigd en gekleineerd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdd07edfe7601985141c533f45d63122f647c849f4df35e0ce63df9cc795b579. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdd07edfe7601985141c533f45d63122f647c849f4df35e0ce63df9cc795b579, en de alinea staat in dat document op bytes 7546 tot 8565.