Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1587.

Uit het vorenstaande volgt dat een verzoek is gedaan als bedoeld in art. 328 Sv in verbinding met art. 331 en art. 415 Sv, welk verzoek is gedaan onder de voorwaarde dat het Hof het proces-verbaal van 17 februari 2010 voor het bewijs zou bezigen, en dat de aan dit verzoek verbonden voorwaarde is vervuld doordat het Hof dat proces-verbaal voor het bewijs heeft gebezigd. Het Hof heeft het verzoek afgewezen omdat daartoe de noodzaak niet bestond en heeft aldus de juiste maatstaf gehanteerd. Mede gelet op hetgeen het Hof ten aanzien van de bewijsvoering heeft overwogen is dat oordeel niet onbegrijpelijk en behoefde het, ook in het licht van hetgeen door de verdediging aan het verzoek ten grondslag was gelegd, geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d785e2f17c2ee598e8cc06e63b7958474997a5b53fbf26ee52d25637c973c2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d785e2f17c2ee598e8cc06e63b7958474997a5b53fbf26ee52d25637c973c2b, en de alinea staat in dat document op bytes 12462 tot 13213.