Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 1 juli 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588.
"In het tenlastegelegde onder 1 wordt aan verdachte enerzijds tenlastegelegd het "opzettelijk voordeel trekken" (artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafrecht), terwijl anderzijds niet alleen wordt gesteld dat verdachte de herkomst "wist" maar ook dat hij die herkomst "althans redelijkerwijze moest vermoeden" (vergelijk artikel 417bis, tweede lid, Wetboek van Strafrecht). Voor wat betreft deze bewoordingen zal het hof - mede gelet op de vermelding van "artikel 416 lid 2 Wetboek van Strafrecht" op de inleidende dagvaarding de dagvaarding partieel nietig verklaren, nu hierin geen uitwerking kan worden gezien van "opzettelijk"."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac, en de alinea staat in dat document op bytes 8787 tot 9435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac | shasum -a 256