Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588.

Het oordeel van het Hof dat de dagvaarding wat betreft de woorden "althans redelijkerwijs moest vermoeden" in het onder 1 tenlastegelegde nietig moet worden verklaard omdat in die bewoordingen "geen uitwerking kan worden gezien" van de eerder in diezelfde tenlastelegging voorkomende term "opzettelijk", is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlastelegging. Dat oordeel moet in cassatie worden geëerbiedigd. De in de toelichting op het middel betrokken stelling dat het Hof deze beslissing niet mocht nemen dan nadat dit punt ter terechtzitting met de procespartijen was besproken, vindt geen steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac, en de alinea staat in dat document op bytes 9535 tot 10173.