Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 3.2.1. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588.

"hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 te Lelystad en Schiphol en de Verenigde Staten van Amerika telkens geldbedragen, te weten van in totaal 20.500,- euro (te weten de som van 8.000,- euro en 12.500 euro), heeft voorhanden gehad en overgedragen terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen en overdragen van bovengenoemde geldbedragen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovengenoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit de opbrengst van enig misdrijf."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac, en de alinea staat in dat document op bytes 10817 tot 11368.