Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 3.2.2. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588.

De voorzitter vraagt mij naar de door mij meegebrachte contante bedragen. Ik kan me herinneren dat ik geld van mijn vader kreeg om mee te nemen. Het geld zat in enveloppen inderdaad. Het geld was nodig op de racedag zodat ik kon racen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac, en de alinea staat in dat document op bytes 11780 tot 12028.