Citaat | Hoge Raad 1 juli 2014

Onder 3.2.4. Hoge Raad 1 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1588.

De voorzitter vraagt mij naar de door mij meegebrachte contante bedragen. Ik denk niet dat het een bedrag van 12.500 euro was. Ik kan me herinneren dat ik geld van mijn vader kreeg om mee te nemen. Ik heb toen aangegeven dat ik het niet zo prettig vond om zoveel contant geld mee te nemen. Toen gaf hij aan dat het geen probleem was om dat mee te nemen omdat je maximaal 10.000 euro mocht meenemen. Om die reden denk ik dat het om een lager bedrag ging. Ik vond het niet prettig om zoveel geld op zak te hebben. Ik kon het kwijtraken of het kon gestolen worden. Ik wist niet hoeveel geld er in die envelop zat. Het geld zat in enveloppen inderdaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71bdffdd512976b2939dce751d566b0e156772e4d7e2c817b15c760db7a17eac, en de alinea staat in dat document op bytes 22097 tot 22758.