Citaat | Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 3.5.3 Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1627.

Weliswaar is in diverse arresten van de Hoge Raad bij de beoordeling van de rechtsverhouding tussen partijen die niet in een contractuele verhouding tot elkaar stonden, betekenis toegekend aan de feitelijk-economische samenhang die bestond tussen overeenkomsten waarbij zij wél partij waren, maar dit betekent niet dat de enkele omstandigheid dat een zodanige samenhang bestaat, steeds van belang is voor de beoordeling van de rechtsverhouding tussen de daarbij betrokken partijen. Uitgangspunt is dat overeenkomsten alleen partijen binden. Daarom dient het oordeel dat een contractueel beding doorwerkt in een daarmee samenhangende rechtsverhouding, specifiek te zijn gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19225ffd66f4820253101b4a692ba9303bc1179da72c0c4263d25151de84ae9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19225ffd66f4820253101b4a692ba9303bc1179da72c0c4263d25151de84ae9f, en de alinea staat in dat document op bytes 25978 tot 26675.