Citaat | Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 3.1 Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1680.

"5.2 Indien komt vast te staan dat de opgeëiste persoon in verband met de zaak waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd door functionarissen van de verzoekende staat is gefolterd, dient de verzochte uitlevering door de rechter zonder meer ontoelaatbaar te worden verklaard (vgl. HR 15 oktober 1996, NJ 1997/533). Er bestaat geen goede grond anders te oordelen ingeval die functionarissen niet zelf de opgeëiste persoon hebben gefolterd, maar zij die foltering wel hebben uitgelokt of bewerkstelligd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c3ddec529929795fbbb2e0eed4d3e57be94f4fd5282946357a4789e06e1df24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c3ddec529929795fbbb2e0eed4d3e57be94f4fd5282946357a4789e06e1df24, en de alinea staat in dat document op bytes 11612 tot 12126.