Citaat | Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1695.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het springen op de buik van de weerloos op de grond liggende [slachtoffer] en het schoppen tegen zijn hoofd, geen sprake is van noodweerexces. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte deze handelingen heeft verricht onder invloed van een hevige gemoedstoestand, veroorzaakt door de direct daaraan voorafgegane aanval. De rechtbank heeft daarbij onder meer acht geslagen op de eigen verklaring van verdachte die bij de politie heeft verklaard dat hij wilde laten zien dat er niet met hem te sollen viel. Ter zitting verklaarde verdachte dat hij wilde laten zien dat ze hem niet nog een keer moesten lastig vallen. Uit deze verklaringen leidt de rechtbank af dat dat verdachte juist doelbewust en weloverwogen heeft gehandeld. Tegenover de verbalisanten die verdachte zeer kort na het gebeuren treffen verklaarde verdachte ook schijnbaar kalm over de vechtpartij waar hij kort daarvoor bij betrokken was geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8d761edd87a0feecc80dd02adce1f5cf86ce68d9925d6e65b70a449a1cf9397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8d761edd87a0feecc80dd02adce1f5cf86ce68d9925d6e65b70a449a1cf9397, en de alinea staat in dat document op bytes 15603 tot 16601.