Citaat | Hoge Raad 8 juli 2014

Onder 2.7.2. Hoge Raad 8 juli 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1695.

Hoewel deze verklaring niet uitsluitend de gevolgen van het strafbare feit voor het slachtoffer betreft en zij mogelijk samenhangt met de beantwoording van vragen van de art. 348 en 350 Sr, moet worden aangenomen dat het Hof geen, dan wel zeer gering gewicht aan die uitlating heeft toegekend, nu deze uitlating een zekere bevestiging inhoudt van hetgeen de verdachte reeds zelf over de reputatie van het slachtoffer heeft verklaard en bij de verwerping van het gedane beroep op noodweer(exces) niet aan die uitlating is gerefereerd. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij zijn klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8d761edd87a0feecc80dd02adce1f5cf86ce68d9925d6e65b70a449a1cf9397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8d761edd87a0feecc80dd02adce1f5cf86ce68d9925d6e65b70a449a1cf9397, en de alinea staat in dat document op bytes 18245 tot 18910.