Citaat | Hoge Raad 28 januari 2014

Onder 2.5. Hoge Raad 28 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:180.

Uit de hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis blijkt dat art. 322, derde lid, Sv - dat op de voet van art. 415 Sv eveneens toepasselijk is bij de behandeling in hoger beroep - ertoe strekt te garanderen dat "het vereiste van de herhaling, indien en voor zover dat door de verdachte als een zijn rechten beschermend vereiste wordt beleefd" in stand blijft. Art. 322, derde lid, Sv biedt de verdediging daarom de mogelijkheid - indien zij meent dat dit in de gegeven omstandigheden in haar belang is - haar instemming te onthouden aan voortzetting van het onderzoek ter terechtzitting in een gewijzigde samenstelling, en aldus het onderzoek ter terechtzitting opnieuw te laten aanvangen. Hieruit volgt dat de naleving van het voorschrift dat bij een gewijzigde samenstelling het onderzoek opnieuw moet worden aangevangen, afhankelijk is van het belang dat de verdediging daaraan in een concreet geval hecht. Tegen die achtergrond en gelet op HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146, NJ 2013/241, rov. 2.6.2 brengt het voorgaande mee dat in cassatie aan een schriftuur waarin wordt geklaagd over de niet-naleving van het in die bepaling gegeven voorschrift, de eis moet worden gesteld dat wordt aangegeven in welk in rechte te respecteren belang de verdachte door die niet-naleving is getroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf37644438356a79e94c4e1040443547d21b7ade497e416e5e32a153e342f29e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf37644438356a79e94c4e1040443547d21b7ade497e416e5e32a153e342f29e, en de alinea staat in dat document op bytes 15623 tot 16932.