Citaat | Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 3.4.2. Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:181.
Voor de beantwoording van de vraag of een geldverstrekking door een moedervennootschap aan haar dochtervennootschap voor wat betreft de fiscale gevolgen als een geldlening dan wel als een kapitaalverstrekking heeft te gelden, is in beginsel de civielrechtelijke vorm beslissend. Voor het geval dat naar de civielrechtelijke vorm sprake is van een geldlening heeft de Hoge Raad in een aantal arresten (zie onder meer HR 25 november 2011, nr. 08/05323, ECLI:NL:HR:2011:BN3442, BNB 2012/37) drie uitzonderingsgevallen op deze regel geformuleerd. In het onderhavige geval gaat het om de vraag of in het omgekeerde geval, waarin naar civielrechtelijke maatstaven beoordeeld niet sprake is van een geldlening, maar van verschaffing van kapitaal op aandelen in de zin van artikel 2:175 en artikel 2:178 BW, ook uitzonderingen op de hoofdregel gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf6a80ad3379bd17218bdd843075d29b0e02d8573522744c57d951881358db6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf6a80ad3379bd17218bdd843075d29b0e02d8573522744c57d951881358db6, en de alinea staat in dat document op bytes 18125 tot 18982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcf6a80ad3379bd17218bdd843075d29b0e02d8573522744c57d951881358db6 | shasum -a 256