Citaat | Hoge Raad 28 januari 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 28 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:189.

Op grond van het proces-verbaal van bevindingen van 2 augustus 2010 (proces-verbaal-nummer PL 1236 2010003115-37, dossierpagina 54 e.v.), van de verbalisanten [verbalisant 1] (hoofdagent) en [verbalisant 2] (brigadier) waarin zij relateren wat zij zien op camerabeelden van de buitenkant van het betreffende bedrijfspand (dossierpagina's 57 e.v.) in combinatie met het proces-verbaal van bevindingen van 1 augustus 2010 van diezelfde verbalisanten (dossierpagina's 99 en 100) kan worden geconstateerd dat de verdachte op 6 februari 2010 de deur van het bedrijfspand op slot heeft gedaan en dat hij deze op 6 maart 2010 zelfstandig heeft geopend. Naar het oordeel van het hof is hierdoor aannemelijk geworden dat de verdachte beschikte over een sleutel van de loods en dat hij zich vrij voelde de loodsdeur zelfstandig te openen en te sluiten, hetgeen duidt op een grotere betrokkenheid dan de verdachte heeft aangegeven. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [betrokkene 3] hem het adres heeft ge-smst, maar dat [betrokkene 3] daarna niet meer bereikbaar was. [betrokkene 3] zou hij, aldus de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, ook daarna nooit meer zijn tegengekomen. Het hof acht het feit dat de verdachte over de sleutel beschikte - zonder dat daarvoor een begin van een verklaring kan worden gevonden in hetgeen door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht - met name hierom van belang omdat hieruit volgt dat verdachte (feitelijk) beschikkingsmacht had over de zich in de loods bevindende hennepplanten. Ook de omstandigheid dat de verdachte op 7 februari 2010 in de ochtend eerst [getuige] met de auto bij de loods afzet, vervolgens alleen in de auto wegrijdt en even later met meerdere, onbekend gebleven personen in de auto achteruit de loods inrijdt (zoals te zien op de foto's op dossierpagina 71 en gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL 1236 2010003115-37, dossierpagina 55), duidt op een grotere betrokkenheid van de verdachte bij de hennepplantage dan uitsluitend als knipper. In het licht van voornoemde omstandigheden in onderling verband beschouwd, past slechts de conclusie dat verdachte ter terechtzitting in appel anders dan door hem verklaard geen openheid van zaken heeft verschaft. Het hof zal die verklaring van de verdachte dan ook terzijde stellen. Op grond van de stukken in het dossier en het ter terechtzitting verhandelde acht het hof bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van de in het pand aangetroffen hennep, zoals weergegeven in het onder 1 bewezen verklaarde. Aangezien de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn gepleegd om te komen tot het telen van de onder feit 1 bedoelde hennepplanten, is het hof van oordeel bewezen dat de verdachte schuldig is aan het plegen van deze feiten."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fb34ae59fa0becfda4f5704053c4a322d0825d4a0988f1d2f4bd4d962ac961a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fb34ae59fa0becfda4f5704053c4a322d0825d4a0988f1d2f4bd4d962ac961a, en de alinea staat in dat document op bytes 16400 tot 19281.