Citaat | Hoge Raad 28 januari 2014
Onder 3.2. Hoge Raad 28 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:194.
terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moet(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a8f4b8d3a05e957538ac8e76a40825fc70f411f3e48c6cf832332e2d15ddb45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a8f4b8d3a05e957538ac8e76a40825fc70f411f3e48c6cf832332e2d15ddb45, en de alinea staat in dat document op bytes 9952 tot 10171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a8f4b8d3a05e957538ac8e76a40825fc70f411f3e48c6cf832332e2d15ddb45 | shasum -a 256