Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2.
Bij de thans in cassatie bestreden uitspraak heeft de Rechtbank het verzet ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe geoordeeld dat, nu er bij het beroepschrift geen schriftelijke machtiging was gevoegd, [A] dit verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld en er geen verschoonbare reden is voor dit verzuim, de Rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 Awb niet‑ontvankelijk heeft mogen verklaren. Tegen dit oordeel richten zich de middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334, en de alinea staat in dat document op bytes 7956 tot 8425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334 | shasum -a 256