Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 3.3.1. Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2.
Ingevolge artikel 6:5, lid 1, aanhef en letter a, Awb wordt het bezwaar- of beroepschrift ondertekend en bevat het – voor zover hier van belang -ten minste de naam en het adres van de indiener. Daarbij wordt met ‘indiener’ bedoeld degene die voor zichzelf beroep instelt of degene namens wie beroep wordt ingesteld (zie HR 17 december 2010, nr. 09/04183, ECLI:NL:HR:2010:BO7505, BNB 2011/73).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334, en de alinea staat in dat document op bytes 8684 tot 9097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334 | shasum -a 256