Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 3.3.4. Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2.

Het hiervoor in 3.3.2 bedoelde gebrek is als een zodanig verzuim aan te merken. Dat sluit aan bij de rechtspraak van andere hoogste bestuursrechters (onder meer Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 17 mei 2006, nr. 200504755/1, ECLI:NL:RVS:2006:AX2140, en Centrale Raad van Beroep 18 juni 2013, nr. 12-5807 WWB, ECLI:NL:CRVB:2013:CA3568). Ook de memorie van toelichting wijst erop dat het ontbreken van een schriftelijke volmacht als een verzuim in de zin van artikel 6:6 Awb moet worden aangemerkt (zie Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 123). Dat het ontbreken van het bewijs van machtiging is aan te merken als een verzuim komt tevens tot uitdrukking in artikel 8:24, lid 2, Awb. Daarin is bepaald dat van de gemachtigde een schriftelijke machtiging kan worden verlangd, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor het geval die gemachtigde een advocaat is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334, en de alinea staat in dat document op bytes 10107 tot 11006.