Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 3.4.1. Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2.

De Rechtbank heeft vastgesteld dat zij bij brief van 29 februari 2012 aan [A] heeft verzocht de gestelde machtiging door belanghebbende binnen vier weken aan te tonen. In die brief is vermeld dat, indien van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, er rekening mee moet worden gehouden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Voorts heeft de Rechtbank vastgesteld dat [A] niet binnen de gestelde termijn een machtiging heeft overgelegd. Uitgaande van deze vaststellingen, die in cassatie niet worden bestreden, kon de Rechtbank gelet op hetgeen hiervoor in onderdeel 3.3 is overwogen zonder schending van enige rechtsregel het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cc03c2956f4b63bf7e400321d765c6e61854743cde21f3313d5a8a52d63f334, en de alinea staat in dat document op bytes 11080 tot 11771.