Citaat | Hoge Raad 8 augustus 2014
Onder 3.4.2. Hoge Raad 8 augustus 2014
Een alinea uit Hoge Raad 8 augustus 2014, ECLI:NL:HR:2014:2149.
Voor zover het middel betoogt dat grove schuld van het accountantskantoor niet aan de BV kan worden toegerekend, faalt het. Voor de toepassing van artikel 7, lid 2, UBIW 1990 is van belang of het belastingschuldige lichaam opzet of grove schuld kan worden verweten ter zake van de omstandigheid dat het minder belasting heeft aangegeven en voldaan of afgedragen dan de verschuldigde belasting. Binnen dat kader moeten in een geval als het onderhavige, waarin geen strafrechtelijke beginselen van toepassing zijn, kennis en inzicht van personen aan wie het lichaam het invullen en indienen van aangiftebiljetten opdraagt aan dat lichaam worden toegerekend (vgl. HR 23 januari 2009, nr. 07/10942, ECLI:NL:HR:BD3566, BNB 2009/80, en HR 22 juni 2012, nr. 11/03007, ECLI:NL:HR:2012:BV0663, BNB 2012/227).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7289157de2eba9af18cc9bc4917ed4d388871d005ea98c7131eb1ed5e69f36a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7289157de2eba9af18cc9bc4917ed4d388871d005ea98c7131eb1ed5e69f36a, en de alinea staat in dat document op bytes 15138 tot 15951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7289157de2eba9af18cc9bc4917ed4d388871d005ea98c7131eb1ed5e69f36a | shasum -a 256