Citaat | Hoge Raad 31 januari 2014
Onder 3.4 Hoge Raad 31 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:218.
Het middel klaagt verder dat het hof in rov. 4.9 de verwerping van het beroep van [eiser] op de aanvullende en/of beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid onvoldoende heeft gemotiveerd. Het middel licht echter niet toe in welk opzicht de motivering van het hof tekortschiet. Een zodanige toelichting kon in het onderhavige geval temeer van [eiser] worden gevergd, nu hij zich jegens Schade N.V. beroept op de redelijkheid en billijkheid in verband met haar weigering om tot uitkering over te gaan, hoewel de aan rov. 4.9 voorafgaande overwegingen van het hof meebrengen dat de door [eiser] gesignaleerde onbillijkheid in verband moet worden gebracht met de omstandigheid dat zijn werkgever (evenals de partijen bij de cao AVIM) geen met art. 43a lid 1 WAO vergelijkbare voorziening in de aanvullende verzekering heeft bedongen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f3bccbbaf29a2de06906c6a69d1801e72df81a67ccd6a2f45f80f92a88cacd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f3bccbbaf29a2de06906c6a69d1801e72df81a67ccd6a2f45f80f92a88cacd5, en de alinea staat in dat document op bytes 18950 tot 19803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f3bccbbaf29a2de06906c6a69d1801e72df81a67ccd6a2f45f80f92a88cacd5 | shasum -a 256