Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 4 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:228.

Het hof is van oordeel dat er in casu sprake is van een aantal aangiftebiljetten voor de Inkomstenbelasting over de jaren 2003, 2004 en 2005 die aan verdachte middellijk of onmiddellijk zijn toegezonden. Verdachte heeft kennis gekregen van de hem toegestuurde biljetten, naar hij zelf heeft verklaard. Die biljetten zijn vervolgens door verdachte middellijk of onmiddellijk teruggezonden naar de Inspecteur van de Belastingen. De biljetten waren vergezeld van een begeleidend schrijven, waarin verdachte zich op het standpunt stelde dat hij niet in Nederland woonachtig was, dat hij buitenlands belastingplichtige was en dat hij in Nederland niet verplicht was om aangifte te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7, en de alinea staat in dat document op bytes 17510 tot 18204.