Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:228.
De officier van justitie heeft vervolgens in de tenlastelegging aan verdachte verweten dat dat dient te worden beschouwd als het doen van een onjuiste aangifte. Wat de advocaat-generaal nu vraagt is een wijziging van de tenlastelegging in die zin dat het moet worden beschouwd als het niet doen van een aangifte. Mede naar aanleiding van de beslissing van de rechtbank kan er een dispuut ontstaan over de vraag of het toezenden aan de belastingdienst van een niet ingevuld aangiftebiljet met een begeleidend schrijven moet worden gezien als het niet doen van een aangifte of het doen van een valse aangifte, respectievelijk strafbaar gesteld in artikel 69 lid 1 AWR en artikel 69 lid 2 AWR. Dat is een interpretatievraag die aan het hof kan worden voorgelegd, maar die pas kan worden beantwoord in het kader van de beantwoording van de materiële vragen van artikel 350 Wetboek van Strafvordering. In ieder geval betreft het naar het oordeel van het hof wel hetzelfde feitencomplex, namelijk het feitelijk gebeuren van het terugsturen van een niet ingevulde aangifte met een begeleidend schrijven. De vordering wijziging kan worden toegelaten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7, en de alinea staat in dat document op bytes 18216 tot 19373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7 | shasum -a 256