Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 3.6. Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:228.
Nu de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden waaruit kan worden afgeleid dat aan de verdachte wat betreft de in de tenlastelegging bedoelde aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 2002 de daartoe vereiste uitnodiging tot het doen van aangifte is gedaan, moet worden aangenomen dat dit onderdeel van de tenlastelegging als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring is opgenomen. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Aangezien in die lezing de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft 's Hofs kennelijke vergissing niet tot cassatie te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7, en de alinea staat in dat document op bytes 29945 tot 30627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e210ae8fd21739ebfddb645a0dc6df25ae1481f0b439ed5bcd5a2c63110339d7 | shasum -a 256