Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 2.4.1. Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:230.
Vooropgesteld moet worden dat de in art. 344a, derde lid, Sv gebezigde term "personen wier identiteit niet blijkt" niet omvat een geval als het onderhavige waarin personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het proces-verbaal waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststaat dat zij wel zodanig kunnen worden geïndividualiseerd dat de verdediging desgewenst hun verhoor als getuige door de rechter-commissaris of ter terechtzitting kan verzoeken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 36507 tot 37000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1 | shasum -a 256