Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:230.
3. Een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, kan, buiten het geval omschreven in het tweede lid, alleen meewerken tot het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, indien ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 33386 tot 33697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/404764df5398502d77fe5975308cdaf7c6fce35efeba4c57eb11e4561da8b9d1 | shasum -a 256