Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 4 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:234.
Op het moment dat de verdachte [verdachte] in het opvallende dienstvoertuig werd geplaatst zagen wij, verbalisanten [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 1] dat verdachte [verdachte] de verbalisant [verbalisant 2] in haar gezicht spuwde. Ik, verbalisant [verbalisant 2], voel mij door het spuwen in mijn gezicht door de verdachte aangetast in mijn eer en goede naam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/030e0ae198e6431c445899028ba3958e98f686b0ecdf5c7d93b93edbc04c713e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 030e0ae198e6431c445899028ba3958e98f686b0ecdf5c7d93b93edbc04c713e, en de alinea staat in dat document op bytes 11467 tot 11857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/030e0ae198e6431c445899028ba3958e98f686b0ecdf5c7d93b93edbc04c713e | shasum -a 256