Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014

Onder 3.4. Hoge Raad 4 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:234.

Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (vgl. HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/030e0ae198e6431c445899028ba3958e98f686b0ecdf5c7d93b93edbc04c713e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 030e0ae198e6431c445899028ba3958e98f686b0ecdf5c7d93b93edbc04c713e, en de alinea staat in dat document op bytes 14434 tot 15202.