Citaat | Hoge Raad 4 februari 2014

Onder 2.2.4. Hoge Raad 4 februari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:238.

VRIJSPRAAK. Gelet op de innerlijke tegenstrijdigheid van de verklaringen van de getuigen en aangevers bij de politie en de RC en hun onderlinge tegenstrijdigheid zijn de verklaringen kennelijk leugenachtig en dienen van het bewijs te worden uitgesloten. De verdediging is van mening dat er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring van de gestelde bedreiging te komen nu de bestanddelen niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, en de opzet op de bedreiging niet is komen vast te staan. Alsook dat niet uit de bewezenverklaring kan blijken dat de gedraging van zodanige aard was en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij het slachtoffer redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd, daadwerkelijk zou worden uitgevoerd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c7764a755bc366819335afd5edb20a4b22ec76c8757ec4a8b35cd188464c29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c7764a755bc366819335afd5edb20a4b22ec76c8757ec4a8b35cd188464c29a, en de alinea staat in dat document op bytes 18587 tot 19381.