Citaat | Hoge Raad 9 september 2014
Onder 3.2.2. Hoge Raad 9 september 2014
Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2647.
"Met betrekking tot de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling merk ik op dat deze vordering door het openbaar ministerie pas enkele maanden na het plegen van de desbetreffende strafbare feiten is gedaan, en derhalve niet onverwijld. Ik wijs in dat verband op de beslissing van de rechtbank Arnhem van 15 juli 2011, LJN BR3915. Primair meen ik dat u het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te verklaren, subsidiair vraag ik u de vordering af te wijzen en meer subsidiair vraag ik u, zonder af te willen doen aan mijn primaire en subsidiaire standpunt, niet de gehele periode ten uitvoer te leggen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7eb11a7a9e55cd2d7646778333ae2169ecc1604279a747d524f0cad7b281a5bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7eb11a7a9e55cd2d7646778333ae2169ecc1604279a747d524f0cad7b281a5bd, en de alinea staat in dat document op bytes 18989 tot 19635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7eb11a7a9e55cd2d7646778333ae2169ecc1604279a747d524f0cad7b281a5bd | shasum -a 256