Citaat | Hoge Raad 9 september 2014

Onder 3.4. Hoge Raad 9 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2649.

Indien de feitenrechter op grond van de hiervoor bedoelde weging en waardering van de wettelijke beoordelingsfactoren en aan de hand van alle omstandigheden van het geval tot het oordeel komt dat niet kan worden volstaan met de vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan, maar dat het verzuim niet zonder consequentie kan blijven, zal hij daaraan een van de in art. 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen verbinden, te weten strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. Een beslissing tot toepassing van een rechtsgevolg als bedoeld in art. 359a Sv dient te worden genomen en gemotiveerd aan de hand van de hiervoor besproken factoren die in het tweede lid van het artikel zijn genoemd. (Vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc90cb293aa5d11357f5159112acb42014fad1b0ab28a3be379822f1b7a48bd8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc90cb293aa5d11357f5159112acb42014fad1b0ab28a3be379822f1b7a48bd8, en de alinea staat in dat document op bytes 36369 tot 37219.