Citaat | Hoge Raad 9 september 2014
Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 september 2014
Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2651.
Bovendien blijkt uit het dossier dat de betreffende officier van justitie van het begin af aan weet moet hebben gehad van de inzet van een opsporingsambtenaar in openbare dienst van een vreemde staat. Echter in tegenstelling tot wat de advocaat-generaal heeft gesteld, namelijk dat het verzuim om in het bevel op te nemen dat voor de stelselmatige inwinning van informatie een buitenlandse functionaris werd ingezet, slechts een zeer beperkte schending oplevert juist omdat de officier van justitie van die inzet op de hoogte was en periodiek overleg heeft gevoerd over die inzet, is het hof van oordeel dat de bekendheid van de officier van justitie met het buitenlandse karakter van de inzet niet voldoende is om het gebrek in de bevelen van de vermelding dat het een persoon in openbare dienst van een vreemde staat betrof te helen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/daa44556dbae10db369e1879c08fd5b9e91dcc1364547d5b5dbe9023136bb0e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt daa44556dbae10db369e1879c08fd5b9e91dcc1364547d5b5dbe9023136bb0e4, en de alinea staat in dat document op bytes 15434 tot 16282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/daa44556dbae10db369e1879c08fd5b9e91dcc1364547d5b5dbe9023136bb0e4 | shasum -a 256