Citaat | Hoge Raad 9 september 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 9 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2651.

'... Op grond van afgeluisterd telefoonverkeer en verrichtte observaties bestaat het vermoeden dat de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 3] bezig zijn een of meer drugstransporten te organiseren naar Groot Brittannië en België. Uit de gesprekken valt af te leiden dat [verdachte] en [medeverdachte 3] de mogelijkheden en de bereidheid hebben de xtc-pillen te leveren. [verdachte] is in deze de contactpersoon naar de Engelse en Belgische afnemers. In enkele gevallen blijkt hij over de gesprekken terugkoppeling te houden met [medeverdachte 3].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/daa44556dbae10db369e1879c08fd5b9e91dcc1364547d5b5dbe9023136bb0e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt daa44556dbae10db369e1879c08fd5b9e91dcc1364547d5b5dbe9023136bb0e4, en de alinea staat in dat document op bytes 26033 tot 26599.