Citaat | Hoge Raad 9 september 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 9 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2676.

Uit de onder 2.2.2 weergegeven stukken moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het betekenen van de dagvaarding in hoger beroep niet was gedetineerd noch dat van hem een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend was. Noch de hierboven genoemde akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt evenwel in dat de dagvaarding in hoger beroep naar voornoemd adres van de verdachte in het buitenland is verzonden. Gelet hierop is het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend niet toereikend gemotiveerd. De Hoge Raad zal deze dagvaarding om doelmatigheidsredenen nietig verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/756f308ad2fe983056418ca962aebe1f75a933e84e93dadb5a74b9981429704b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 756f308ad2fe983056418ca962aebe1f75a933e84e93dadb5a74b9981429704b, en de alinea staat in dat document op bytes 9506 tot 10189.