Citaat | Hoge Raad 16 september 2014

Onder 2.5.1. Hoge Raad 16 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2749.

In zijn arrest van 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:BY5321, NJ 2013/308 heeft de Hoge Raad regels geformuleerd voor de toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsgevolg van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv ten aanzien van bewijsmateriaal dat rechtstreeks als gevolg van een bepaald vormverzuim is verkregen. Mede in het licht van die regels moeten aan de vaststelling van rechtsgevolgen ten aanzien van de zogenoemde vruchten van dat bewijsmateriaal motiveringseisen worden gesteld zodat ook in cassatie met voldoende precisie kan worden getoetst in hoeverre dat andere bewijsmateriaal telkens daadwerkelijk kan worden aangemerkt als uitsluitend en rechtstreeks gevolg van eerder verkregen, nadien uitgesloten bewijsmateriaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cae3e450012cbccbc948dd0584f79ff76c088604a31ea12a9f448267fccf85f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cae3e450012cbccbc948dd0584f79ff76c088604a31ea12a9f448267fccf85f, en de alinea staat in dat document op bytes 18560 tot 19306.