Citaat | Hoge Raad 16 september 2014

Onder 2.5.2. Hoge Raad 16 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2749.

Indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, geldt bovendien dat in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim (vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, NJ 2013/308). Op dit uitgangspunt is een uitzondering aangenomen in HR 12 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1402, NJ 1999/290, waarin de inhoud van geheimhoudersgesprekken tussen de medeverdachte en een door deze geraadpleegde advocaat niet tot het bewijs mocht worden gebezigd in de strafzaak tegen de verdachte. In dit verband zou de rechter kunnen oordelen dat bewijsuitsluiting noodzakelijk is van een proces-verbaal van politie voor zover daarin is gerelateerd dat de verdachte tijdens zijn verhoor door de politie is geconfronteerd met de weergave van dergelijke telefoongesprekken tussen de medeverdachte en de door die medeverdachte geraadpleegde advocaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cae3e450012cbccbc948dd0584f79ff76c088604a31ea12a9f448267fccf85f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cae3e450012cbccbc948dd0584f79ff76c088604a31ea12a9f448267fccf85f, en de alinea staat in dat document op bytes 19398 tot 20395.