Citaat | Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:279.
Om op grond van artikel 10, lid 1, van de Wet in aanmerking te komen voor teruggaaf moet sprake zijn van een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen en die de uiteindelijke gerechtigde is tot de opbrengsten waarop dividendbelasting is ingehouden. Vaststaat dat belanghebbende niet in Nederland, noch in een andere lidstaat is gevestigd. Alsdan kan niet, zoals het Hof heeft gedaan, worden geoordeeld dat niet in geschil is dat belanghebbende voldoet aan alle in het nationale recht voor teruggaaf gestelde eisen. Het middel slaagt. ’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b2da2b9893a8c9e63a983befa29ab738ec5cc17aaa696ff362522ce56ba2c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b2da2b9893a8c9e63a983befa29ab738ec5cc17aaa696ff362522ce56ba2c7, en de alinea staat in dat document op bytes 10601 tot 11277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7b2da2b9893a8c9e63a983befa29ab738ec5cc17aaa696ff362522ce56ba2c7 | shasum -a 256