Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 3.2.3 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797.

Het hof gaat ervan uit dat [eiser] kosten vordert op de voet van art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b en c, BW. Het standpunt van [eiser] dat die kosten in dit geval moeten worden bepaald op de door hem met [A] overeengekomen vergoeding van 15%, omdat het redelijk is dat hij destijds met [A] een no-cure-no-pay-afspraak heeft gemaakt, verwerpt het hof. Ook als de keuze van [eiser] om een dergelijke afspraak te maken redelijk was, gezien de financiële en gezinsomstandigheden waarin hij verkeerde, brengt dat niet mee dat de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte, in beginsel moeten worden gesteld op het in die afspraak opgenomen honorarium. Immers voor de hoogte van dat honorarium en de verschuldigdheid daarvan door [eiser] zijn de in de onderhavige zaak te verwachten buitengerechtelijke werkzaamheden niet maatgevend (geweest). [A] kan geen kosten of honorarium aan [eiser] in rekening brengen indien zijn buitengerechtelijke werkzaamheden geen resultaat opleveren. Het honorarium is op 15% bepaald voor het geval die werkzaamheden wél resultaat opleveren, ongeacht de omvang van die werkzaamheden. Daarom moet worden aangenomen dat in de hoogte van het honorarium de kans is verdisconteerd dat [A] in voorkomende gevallen geen honorarium kan innen, alsmede de kans dat een honorarium wordt geïnd dat in verhouding tot de door hem verrichte werkzaamheden te hoog of te laag is. Indien een dergelijk honorarium in de onderhavige zaak als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking zou komen, zou het Ziekenhuis, gezien het aantal uren gemoeid met de door [A] verrichte werkzaamheden en het uurtarief, een hogere vergoeding moeten betalen dan in redelijke verhouding staat tot de werkelijke kosten van de buitengerechtelijke werkzaamheden van [A]. Daarvoor biedt art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b en c, BW geen grondslag. Bij de beoordeling van de vraag welke kosten wegens buitengerechtelijke werkzaamheden redelijk zijn, moet daarom niet de no-cure-no-pay-afspraak tot uitgangspunt worden genomen, maar het aantal door [A] voor [eiser] gewerkte uren, de verrichte werkzaamheden en het gehanteerde uurtarief. (rov. 6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b, en de alinea staat in dat document op bytes 10819 tot 13041.