Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 3.2.3 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797.

De rechtbank heeft de kosten van de werkzaamheden van [A] begroot naar een uurtarief van € 205,-- tot 8 januari 2009 en een uurtarief van € 215,-- in de periode daarna. [eiser] stelt dat hij met [A] geen uurtarief is overeengekomen en dat, als hij wél een uurtarief zou zijn overeengekomen, hij een hoger uurtarief met een opslag zou hebben afgesproken, te weten € 255,-- exclusief btw, te verhogen met een opslag van 50% wegens het behaalde resultaat en met 6% kantoorkosten. (rov. 9) Het is niet van belang dat [eiser] met [A] geen uurtarief is overeengekomen. Wel is van belang dat [A] in de bijlagen bij zijn declaratie van 10 april 2009 een uurtarief van € 205,--, respectievelijk € 215,-- hanteert. Daaruit valt af te leiden dat hij dit uurtarief hanteert als hij op basis van een uurtarief werkt. Dit uurtarief moet daarom worden aangehouden bij de berekening van de redelijke kosten van de door [A] verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De andersluidende opvatting van [eiser] wordt verworpen, ook al omdat het door hem voorgestelde uurtarief niet is onderbouwd. (rov. 10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b, en de alinea staat in dat document op bytes 13053 tot 14165.