Citaat | Hoge Raad 26 september 2014

Onder 3.3 Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797.

Onderdeel 1.a klaagt dat het hof in rov. 6 heeft miskend dat de aanspraak van de benadeelde op de voet van art. 6:96 lid 2 BW jegens de aansprakelijke partij niet is beperkt tot een honorarium dat is berekend op basis van gewerkte uren en een uurtarief. Het betoogt dat die aanspraak ook een vergoeding van kosten omvat die de benadeelde op basis van een no-cure-no-pay-overeenkomst aan zijn rechtsbijstandverlener is verschuldigd, indien de totale omvang van het honorarium dat uit die overeenkomst voortvloeit, gezien de omstandigheden van het geval redelijk is. Onderdeel 1.b klaagt dat, indien het hof is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, het bestreden oordeel onvoldoende is gemotiveerd in het licht van de stellingen van [eiser] met betrekking tot de redelijkheid van het uit de overeenkomst met [A] voortvloeiende honorarium.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0bbd730cf88d957e8a952589bc2b9c88b674fcaffd6b8aff3c1ae2dbe418d7b, en de alinea staat in dat document op bytes 14288 tot 15141.